Portret van de webmaster Image Logo Portret van de webmeesteres Reageer per E-mail
Ontwerpen: deel 1 Ontwerpen: deel 2 Ontwerpen: deel 3

Home
Screenreaders
Inleiding
Webhosting
Een eigen domeinnaam
Publiceren
Ontwerpen: deel 1
Ontwerpen: deel 2
Ontwerpen: deel 3
Promotie (metatags.nl)
Interactie en Dynamiek
Doctypes
Alle kleuren
Contact
Disclaimer


Experiment online
Web ontwerpen


Een eigen domeinnaam

Ontstaan. Zodra computers met elkaar moeten communiceren, met andere woorden: 'Zodra er sprake is van een netwerk, ontstaat de behoefte aan identificatie'.
Zoals je hebt kunnen lezen krijgen computers, die verbinding maken met een netwerk een nummer toegewezen, het zogenaamde IP adres.
In de begin dagen van het internet, toen het nog 'Arpanet' heette, en bestond uit enkele tientallen computers, moest je dus het IP adres van de computer weten, waarmee je wilde communiceren. Omdat een naam zich makkelijker laat onthouden dan een lang nummer, begon men al snel de IP adressen te verbinden met min of meer begrijpelijke namen. Dat computer telefoonboek werd bijgehouden in een simpel tekst-bestand: 'Hosts.txt', en werd door één man onderhouden: wijlen Dr. Jon Postel. Als er een computer in het netwerk bij kwam, werd het IP adres doorgebeld naar Postel, die de computer met naam en nummer opnam in de lijst. Toen DR. Postel het werk niet meer aan kon werd 'Hosts.txt'over gebracht naar een ftp-server, een systeembeheerder stuurde een e-mail met gegevens van nieuwe computers naar de beheerder van die ftp-server, die het bestand dan weer bijwerkte. Al snel kon deze server de groei van het aantal computers ook niet meer verwerken. In 1984 ontwierp Paul Mockapetris (werkzaam bij USC's information sciences institute) het systeem waarmee we nu nog steeds werken. Het nieuwe systeem voorzag in een verdeling van de werklast over meerdere servers, de domeinnaam-servers.
Iedere domeinnaam-server (DNS) beheert een variant van het Hosts.txt-bestand. Daarin staan de namen en de nummers van computers binnen een bepaald gebied, een zone. 13 zogenaamde 'root-DNS' computers zijn op de hoogte van de aanwezigheid en plaats van de verschillende DNS computers over de wereld, en verzorgen de verspreiding van nieuwkomers over deze computers. De domeinnaam is dus pas actief als de zogenaamde 'zone-files' zijn bijgewerkt op alle DNS computers over de wereld. Dit proces neemt op het ogenblik ongeveer 24 tot 48 uur in beslag.
Dit is afhankelijk van de extensie die je gekozen hebt.
Kies je bijvoorbeeld voor .org, dan duurt het iets langer dan voor .nl.
Dit komt omdat er voor .org eerst toestemming verkregen moet worden.

Extensies. Om de administratie van dit alles te organiseren, sloot de Amerikaanse regering in 1992 een contract af met 'Networks Solutions INcorporated' (NSI). Tegelijkertijd werden de domeinnamen zoals we die nu kennen wettelijk vast gelegd. De Amerikaanse regering behield het toezicht op de overheids domeinnamen (.gov) en militaire domeinnamen (.mail).
'NSI' werd verantwoordelijk voor de uitgifte van de overige 'toplevel' namen, commercieel (.com), non-profit (.org), gemeenschap (.net) en educatief (.edu).
De domeinnamen met een landenextensie (.nl, .be, etc.) vielen onder de verantwoordelijkheid van de respectievelijke regeringen. Opmerkelijk is, dat terwijl overal ter wereld een domeinnaam met de gewenste extensie kon worden geregistreerd, de Nederlandse overheid haar kortzichtigheid onderstreepte, door dat pas in 2003 mogelijk te maken voor particulieren.
Er werd een database aangelegd met daarin alle gegevens van de bestaande domeinnamen, de bijbehorende IP adressen, de naam van de eigenaar, een administratief- en een technisch contactpersoon, de adres gegevens en het e-mail adres.
Deze 'wie is wie' database (bekend als de WHOIS) was tot 2000 te raadplegen via de website van 'NSI'.
In de verschillende databases van tegenwoordig kun je nog steeds opzoeken wie wie is. Je gaat dan naar: www.betterwhois.com

ICANN, SIDN. In 2000 nam de 'Internet Corporation for Assigned names and numbers (ICANN) de taken van 'NSI' over, na een periode van 2 jaar, waarin de noodzaak van privatisering van het internet werd bediscussieerd. Onder het nieuwe regiem is het mogelijk geworden de uitgifte van domeinnamen in handen te geven van zogenaamde 'registrars' die onder toezicht staan van een centrale organisatie. In Nederland is dit 'SIDN'
(De stichting Internet Domeinregistratie Nederland). Deze stichting houdt echter alleen toezicht,
een domein aanvragen doe je bij één van de ongeveer 1600 registrars die ons land nu rijk is. De meeste ISP's en webhosting bedrijven zijn inmiddels registrar, en bieden tegen verschillende prijzen het registreren van een eigen domeinnaam aan. Domeinnamen worden als het ware voor een bepaalde periode gehuurd. De prijzen variëren van 10 tot 30 euro per jaar, terwijl er eigenlijk geen echt verschil valt te bekennen tussen de verschillende aanbieders.
Naast de 'top level' domeinnamen zijn er een aantal domeinnaam extensies bij gekomen, om aan de nog steeds toenemende vraag om een eigen naam tegemoet te komen.
Voorbeelden hiervan zijn: '.bis', '.tv' en '.nu'.

Ten slotte. Ook zonder een eigen domeinnaam kun je er een website op nahouden. In zo'n geval staat je 'ISP' goedmoedig een stukje van je eigen domeinnaam af aan de gebruiker van een stukje harde schijf op de webserver van de 'ISP'. Deze web adressen heten: 'canonische' adressen, en bestaan uit je gebruikersnaam gevolgd door de domeinnaam van je 'ISP', waarbij je gebruikersnaam in de plaats komt van het bekende www.
Ook kun je via diensten zoals 'DNS2go' en 'NO-IP naar je laten wijzen onder een bepaalde naam.
Toch blijft voor de gedreven website ontwerper de eigen domeinnaam het meest begeerd!

Kalender Datum:
Laatste wijziging:

Corrie Looijen
© 2010-2015